
Overdenking van
Daud, voorgedragen door Jill, Astrid en Ricky
==================== Jill =======================
Allereerst wil ik u allen namens de familie
Wansaoeboen welkom heten bij het afscheid van onze Opa,
Vader en Echtgenoot; Willem Wansaoeboen.
Mijn vader (Daud) heeft dit “Welkomstwoord”
geschreven.
Hij had gezegd na de begrafenis van zijn
broer Onna, dat hij nooit meer zou spreken op een
begrafenis. Bij Onna viel het hem heel zwaar, en bij zijn
zus Angelina had mijn nicht Astrid het gesproken.
Hij heeft gevraagd of ik, zijn dochter (Jill),
samen met de dochter (Astrid) van zijn zus en de dochter (Ricky)
van zijn broer, dit wil voorlezen.
Om te beginnen, wie was nu deze statige man?
We kennen hem allemaal onder de naam
Wansaoeboen. Dit was echter niet zijn echte naam.
Toen hij ongeveer 17 jaar was, nam hij deze
naam aan om bij de KNIL als commando in dienst te kunnen
komen. Zijn echte naam was Labetubun. Toen hij zich
aanmeldden bij de KNIL is zijn moeder uit verdriet gestorven
onder weg naar huis, ze kreeg mijn vader niet mee. Dit heeft
mijn vader veel verdriet gedaan, het enige wat hij nog heeft
is 1 kledingstuk van zijn moeder wat hij altijd bij zich
gedragen heeft. Hij droeg het om zijn middel onder zijn
uniform. Het was zijn talisman het heeft hem beschermd
tijdens de militaire acties, hij kwam altijd ongeschonden
uit de strijd en dankte dat aan zijn talisman “ de sarong”.
Opa heeft deze sarong 60 jaar bewaard en nam hem overal mee
naar toe. Deze door zijn moeder gemaakte sarong uit oude
rijstzakken heeft hij nu weer in zijn armen gesloten.
”Labetubun”…. Om het nog even moeilijker te maken is ook
Labetubun, zoals zijn eigen broer in Kei nog steeds heet,
niet zijn echte naam.
De enige echte naam van mijn vader moet zijn
“WADAN SAMOOR”.
In die tijd was er geen burgerlijke stand het
was makkelijk een andere naam aan te nemen, daar “WADAN
SAMOOR” een naam was uit een lagere kaste nam zijn Opa de
naam Labetubun aan.
Opa was zelf zeer trots op zijn naam “WADAN
SAMOOR”. De laatste tijd antwoordde hij altijd met WADAN
SAMOOR, of het nu aan de telefoon was, of onder aan de flat.
Op een gegeven moment kreeg hij de naam OPA.
Niet alleen de kleinkinderen noemden hem zo, maar gewoon
iedereen.
================== Astrid =======================
Hij was
een man die voor niets uit de weg ging en voor alles open
stond.
Tja…..
zelfs een PC kwam het huis binnen. Op ongeveer 74 jarige
leeftijd kroop hij hier voor het eerst achter. Hij begon via
Internet te schaken met mensen over de hele wereld. Helaas
waren zijn ogen niet zo best meer en de motoriek was op een
gegeven moment niet goed genoeg om van de computermuis te
winnen. Ook de biljartstanden van zijn Club werden door hem
via de PC bijgehouden. Hierbij moest hij nog wel eens een
extra gevecht leveren met de printer. En dan werd ik gebeld;
“Hij doet het niet!”.
Opa was
een man waar je tegen op keek, een man met wie je niet in
discussie moest gaan. Een man die nooit vertelde over zijn
oorlogsverleden (De Japanse tijd, en zijn tijd bij de KNIL).
De dingen die we daarover wel hoorden waren vaak via
anderen.
Als hij
tussen zijn oude dienstmakkers op een bruiloft feestje zat,
een borreltje op had, dan ging hij soms vertellen.
Ze
spraken dan wel Bahasa Indonesia, maar in die tijd kon ik
het wel verstaan. Dus de verhalen kon ik vaak goed volgen.
En als ze in details gingen….Tja, dan keken ze om zich heen
en spraken ineens Keiees …
Ik kan
het nog zo goed herinneren… De lange tafels bij Dangubun in
Zwolle na een bruiloft. “De bedank tafel“ was vaak net zo
leuk als de bruiloft zelf. Want dan gingen de mannen bij
elkaar zitten en de kwamen de tongen los.
Er kwam een omslag, toen ik in 1981 door defensie in naam
van de VN uitgezonden werd naar Zuid Libanon hij zei toen op
het station te Arnhem “ loop niet vooraan en schiet niet op
mensen als het niet nodig is” met natte ogen “Daud niet
schieten”. Dat zijn dingen die je nooit vergeet.
Ik mis
niet alleen mijn vader, mijn broer en mijn zus, maar ook het
verleden en “onze” cultuur die dreigt weg te vallen.
De tijd
dat we met z’n zessen 3 uur moesten rijden om naar de
Pattipeiluhu’s te Appingendam te gaan. Dat in een kleine
Simca.
We
bleven altijd een weekend. Dit waren uitstapjes
vergelijkbaar met tegenwoordig naar Disneyland, we keken er
naar uit.
We waren
gelukkig. Ook in tijden dat er minder geld was, zijn wij
nooit iets tekort gekomen. Pa kocht als eerste in de wijk
(ik denk zelfs in heel Arnhem) een kleuren TV. Toen ik ging
trouwen met Diana, heeft hij de kaarten verstuurd, je bent
de jongste zei hij ik betaal je bruiloft, en dan nodig ik al
mijn vrienden uit. Hij huurde de KAB in Arnhem af waar zeker
500 man in kon, het was bom vol, de helft van de mensen op
mijn bruiloft kende ik niet eens :) Het waren de KNIL
vrienden van pa.
Pa was
impulsief en eigenwijs, maar bovenal oprecht en eerlijk.
Je wist
altijd waar je aan toe was met hem. Als vriend kan je geen
betere wensen en als vijand wilde je hem niet. Hij was
onvergeeflijk.
Dat
laatste werd minder naar mate hij ouder werd.
Ook ik
heb eens een jaar niet met hem gepraat. Ik blijk ook een
stijfkop te zijn, maar ik was jong en te eigenwijs om toe te
geven dat ik fout zat. We hebben het nooit uitgepraat. Maar
ik wist dat hij me vergaf en dat we er niet over hoefde te
praten. Vergeven kon hij wel, maar doe het geen tweede keer.
================= Ricky
========================
We hebben altijd geweten dat we nog een broer
hadden.
Pa vertelde het ons toen ik oud genoeg was om
het te begrijpen. We wisten zijn naam; Piet Thuis.
Ik kan me herinneren als ik dan iemand op
straat zag die op Onna leek en dacht dan gelijk…. zou dat
Piet zijn? En als hij in de buurt was zei ik gewoon zacht
“Piet?” en dan kijken of hij me aankeek.
Veel later zag mijn vader een kennis van
Piet. Hij vroeg aan die kennis of Piet hem wil ontmoeten.
Vanaf dat moment waren we compleet.
Piet was letterlijk de verloren zoon van mijn
Pa. Een zoon die hij natuurlijk miste.
Ik ben blij dat hij toch zijn eerst geborene
heeft leren kennen. En tijd genoeg had om ook de harten van
zijn andere twee kleinkinderen te winnen.
Toen we nog jong waren keken we om ons heen, iedereen die
ons lief was, was er. Als we nu om ons heen kijken is het
dun geworden. De eerste generatie is er bijna niet meer.
Ik zou, als het kon, terug gaan naar 1970. Ik
hoef geen eigen huis, geen PC, of mooie auto. Er was
harmonie en respect en een gevoel van geborgenheid.
Opa heeft een zwaar maar mooi leven gehad,
hij heeft alles gedaan wat hij wou doen, hij heeft alles
gezien wat hij wou zien. Hij is vaak terug geweest, hij is
zelfs als 1 van de eerste ex-kniller terug geweest. Men
durfde toen nog niet, tenslotte hadden ze tegen Indonesië
gevochten. Hij sloeg alle waarschuwingen in de wind en
vertok met mijn moeder naar de molukken naar zijn thuis
“Kei”. Hij heeft ook mee betaald aan een kerkklok in Elaar
“kei keciel” Helaas is deze gestolen tijdens de Jihat.
Elke klok krijgt een naam, deze klok had hij Daud genoemd.
Met het afscheid van mijn vader, gaat er ook
een groot stuk van mijzelf verloren. Ik ben een halfbloed,
maar ik ben molukker en ben er heel erg trots op, net zoals
mijn “pa”. Vergeten zal ik hem nooit. Ik wou dat ik half de
man zou worden die jij was, en zelfs de helft zou een zware
opgave zijn.
Pa vaarwel, en geef Ange een kus van mij en
leg een arm om de schouder van Onna als jullie elkaar
ontmoeten bij de hemelpoort.
Pa kijk mee over de schouders van je
kleinkinderen als ze achter het stuur zitten.
Pa ik mis je, maar dank voor alles………..Daud |