De Kei-eilanden (ook wel
Kai-eilanden) zijn een eilandengroep in de
zuidoostelijke
Molukken,
Indonesië met een totale oppervlakte van 1438 vierkante
km. De belangrijkste eilanden in de groep zijn Kai Besar en
Kai Ketjil. Het hoogste punt is 900 m en ligt op Kai Besar.
Kai Ketjil (Kei
Kecil, Klein of Laag Kei; in de lokale taal Ewavs:
Nuhu Roa) is een eiland in de Kei-eilanden in de
Molukken,
Indonesië. De eilandjes om dit eiland zijn ontstaan door
koraalvorming. Vergeleken met Kai Besar is dit eiland erg
vlak, behalve bij de dorpen Namar (Kelmanutgebergte) en
Masbait (Gelanitgebergte), die zich aanmerkelijk boven hun
omgeving verheffen. In vroegere tijden werd Kei Kecil
verdeeld in drie distrikten: Dullah, Tual en Danar. Op dit
eiland zetelt de hoofdstad van de Kei-eilanden: Tual. Het
dorp Langgur wordt beschouwd al een tweede belangrijke
'stad'.
Volgens oude bronnen hebben de
Portugezen de naam Kei aan deze archipel gegeven,
vanwege haar steenachtige bodem (kayos betekent
steen, rots, klip of rif). De oorspronkelijke bewoners
spreken zelf van 'ewav', hetgeen 'hout' (e of ai)
en 'varken' (wav) land betekent.
In
Nederland woont een honderdtal gezinnen die afkomstig
zijn van Kei Kecil; die zijn overwegend
katholiek.
Kai Besar
(ook wel Kei Besar, Groot Kei; in de lokale taal
Ewavs: Nuhu Yut) maakt deel uit van de Kei-eilanden
in de
Molukken,
Indonesië. Die bestaat in principe uit vier groepen:
- Kei Besar (Groot Kei, wordt ook wel
Hoog Kei genoemd)
- Kei Kecil (Klein Kei, wordt ook wel
Laag Kei genoemd)
- de Tayando groep
- de Kur groep
Op het noord- en zuidpunt van Kei Besar
treft men een strook van
koraalvorming, volkomen gelijk aan die van Kei Kecil.
Dit eiland bestaat uit zwaar bergterrein en vormt één
bergketen. De voornaamste toppen verheffen zich tot een
hoogte van bijna 900 meter. Volgens oude bronnen bestond Kei
Besar uit 7 districten: Waaijer, Elat, Nirun, Fer, Jamtil,
Eli en Watlaar.
Nederland telt een
honderdtal gezinnen die afkomstig zijn van Kei Besar; men is
daar overwegend
protestant.
|
Kei - Geschiedenis: De Kei-eilanden
1. Inleiding
De Kei-eilanden (of
Kai-eilanden), kennen de Keiezen beter onder de naam Ewav en
bestaan uit Nuhu Yut (Groot-Kei), Nuhu Roa (Klein-Kei), Nuhu
Dullah, de Toyando- en de Kur-eilanden. De Keiezen zijn
katholiek, protestant en islamitisch.
1.1 De geschiedenis tot
ongeveer 1500 n. Chr.
Over de vroege geschiedenis
van Kei is vrij weinig bekend. In ieder geval moeten de
Kei-eilanden een al in het begin van de jaartelling voor het
eerst bewoond zijn. Vanaf de jaartelling hebben voortdurend
bezocht en bewoond zijn door volkeren uit het westelijk en
noordelijk gebied van de Indische archipel, die uit die
gebieden weggingen in op de vlucht voor de opkomende nieuwe
kolonisten of op zoek naar nieuwe woongebieden. Geurtjens (MSC),
een missionaris van het Heilig Hart, heeft een aantal
verhalen (hij noemt ze 'legenden') opgetekend in het begin
van deze eeuw, die verwijzen naar de vroege geschiedenis en
de ontstaansmythologien van de Kei-eilanden. Van een
geschreven geschiedenis uit het verleden is verder amper
sprake.
In de periode van de grote heerser van het Majapahit-rijk,
Hayam Wuruk, en zijn veroveraar Gajah Mada, wordt in
geschriften uit die periode, in de expansie-tochten naar de
oostelijke eilanden van zijn Rijk, het eiland Muar genoemd,
waar hoogstwaarschijnlijk de Kei-eilanden, in het bijzonder
de Toyando-eilanden, bedoeld worden.
1.2. Vanaf ongeveer 1500
Rondom dit jaartal moet de
laatste migratiegolf van Keiezen hebben plaatsgevonden. De
Keiezen spreken van 5 groepen, namelijk:
1. De Bali-Lombokgroep;
2. de Luang Leti-Luang Mobes groep;
3. De Banda-Goronggroep;
4. De Ternate-Tidoregroep;
5. De Bugis-Makassargroep.
De opkomst van het islam (omstreeks eind 1300) vanuit
Sumatera naar Java betekende de ondergang van het
hindoe-rijk Majapahit. Men verschanste zich in het laatste
bolwerk Bali (wat overigens tot op heden hindoeïstische is
gebleven). Echter de spanningen en oorlogen met de
islam-rijken waren dusdanig dreigend, dat velen vluchtten
naar het oostelijk gedeelte van de eilanden-rijk.
1.2.1. De Bali-Lombokgroep.
Ter illustratie:
"Het verhaal gaat, dat Kasdew (= Kasta Dewa, de hoogste
kaste) uit Bali zich met zijn gevolg vestigde op de
Kei-eilanden. Het schip strandde op Nuhu Roa. Zijn boot
boorde een inham in het land wat nu nog Sorbait (vgl.
Soerabaya) heet. Hij stichtte daar een dorp OhoiVur [Ohoi=dorp
& 'Vur' komt mogelijk van de naam waaronder Kasdew ook wel
gekend wordt, namelijk Halaai Yam Vur (Hayam Wuruk?)]. Kei
was "in een chaos" en Kasdew bracht er de 'adat'."
(Uit: "Ngilngof, masa ke masa" van Resubun (MSC))
N.B. Met de 'adat' werd de regelgeving voor de sociale
omgang bedoeld.
1.2.2. Luang Leti & Luang
Mobes
Ter illustratie:
"Leti is een klein eilandje vlak bij Timor. De migranten uit
Luang Leti vertellen dat de voorouders een droom hadden, dat
een grote vis (De nieuwe kolonisator Portugal?) het eiland
zou opeten. Omdat men in het recente verleden reeds de
vlucht uit het westelijke gedeelte kende door de opkomst van
het islam, was het logisch weer de vluchtroute te vervolgen.
Via de TNS (=Teun, Nila en Serua) kreeg men te horen dat een
grote macht in het noorden opkwam. Men ging toen naar de
oostelijke richting naar Tanimbar, Aru en Kei."
N.B. Mobes is de streek Maubessi op Timor, het voormalig
woongebied van de Luang Mobes groep.
1.2.3. De Banda-Goronggroep
De Bandanezen vluchtten voor
de volkerenmoord van Jan Pieterszoon Coen in 1620. Zij
vestigden zich in Tual, op Nuhu Dullah, Elat, eigenlijk
Wadan Elat (= Banda Elat) en Eli (= Wadan Il, oftewel Banda
Eli=Nieuw Banda). Elat en Eli liggen op Nuhu Yut. De
bewoners van Banda Eli hebben uit Banda een gegoten klok
meegenomen en deze geschonken aan de Raja van Watlaar, die
hen als dank het woongebied Eli gaf. De Bandanezen hebben
tot heden hun eigen taal behouden. De Gorongers vluchtten
voor de dreigende koloniale macht vanuit de Ambon-Lease
eilanden.
Interessant is dit voor de interpretatie van de adik-kakak
verhouding tussen de Keiezen en de Ceramezen, waarover de
Keiezen een aantal interpretaties hebben.
Interpretatie 1:
Cerammezen interpreteren vanuit het Nunusaku verhaal, dat er
een scheiding van broers was, waarbij een jongere broer naar
Kei vertrok. In de Keiese variant speelt een oude vrouw nog
een rol.
Interpretatie 2:
Berust op het verhaal van de mensen van Wair in het noorden
van Nuhu Yut. De bewoners van Wair verlieten hun dorp,
waarbij een deel zich verspreidde over Kei en een deel, via
Rozengain (Banda), richting Ceram ging. Men vestigde zich op
Ceram, onder andere RumahKei. Volgens de Keiese gedachte is
degene die zich het eerst ergens vestigt de 'kakak'. Met
andere woorden zijn de Keiezen in dit verhaal de 'kakak' en
de Cerammezen de 'adik'.
Interpretatie 3: Dit berust op de Gorong-connectie.
De Raja Amar, op Gorong, had zijn machtsgebied over geheel
Oost-Ceram. In die verhouding hebben de Keiezen de 'kakak'-rang.
Maar hierbij is de adik-kakak verhouding slechts van
toepassing op Oost-Ceram.
Hoewel de verhouding over het algemeen volgens de eerste
interpretatie wordt nageleefd, blijft de juiste verhouding
enigszins in het midden.
Twee dingen wil ik wel aanstippen over deze verhouding.
Allereerst is op te merken, dat de molukse eilanden niet
allen een geografisch-/politieke binding hebben, maar ook
een binding die ver voor de RMS er al was. Ten tweede was de
kumpulan 'Tiga SerangKei', welke in Schattenberg ontstond op
deze verhouding gebaseerd.
De basis vormde de Ceram/Kei-groep. De groep was binnen het
RMS-gebeuren een buitenbeen. Ze werden beiden vaak
aangemerkt als de 'orang gunung'. Vanuit de adik-kakak
relatie vormde men een soort dubbele verbondenheid. De groep
werd groter, aangezien men alle Tenggara/Terselatan mensen
zag als Keiezen. Zodoende werd Kei, c.q. Keiezen synoniem
voor Tenggara/Terselatan. De mensen van Suli-Waai sloten
zich aan bij deze kumpulan vanwege hun pela-schap met
kustplaatsen van West-Ceram. De 'Tiga SerangKei' werd aldus
gevormd door: Suli-Waai, Ceram en Tenggara/Terselatan. Ook
nu nog ziet men sporen van de 'Tiga SerangKei' terug in
Assen.
1.2.4. De
Ternate-Tidoregroep
Deze groep kwam, logisch
misschien, vóór de Banda-Goronggroep.
1.2.5. De
Bugis-Makassargroep
Deze groep zijn zich middels
hun ondernemende handelsgedrag op Kei terecht gekomen.
1.3. De LORLIM/URSIW.
Een belangrijke plaats in de
geschiedenis van Kei zijn de oorlogen van de Lorlim en de
Ursiw geweest. Ik zal proberen een korte schets te geven van
die periode. Echter realiseert u zich wel, dat er
verschillende versies zijn, omdat ze opgetekend zijn uit
mondelinge overdrachten en zodoende gevoelig zijn voor
interpretaties van de informanten. Ook dient opgemerkt te
worden dat dit verbond zijn ontstaan niet vindt in de
Nunusaku. Het wordt nogal eens verward met de
Patasiwa-Patalima. De enige overeenkomst zijn de getallen 5
en 9.
1.3.1.1. Het ontstaan van de
Ursiw.
De Ursiw ( 'Ur' = karbouw; 'siw'
= negen) is ontstaan op Nuhu Roa. Tabtut, de zoon van Kasdew,
verspreidde de 'adat' over Nuhu Roa. Een van zijn dochters
trouwde met Arnuhu, die Raja van Danar, Nuhuroa, werd. Een
andere dochter van Tabtut, Dit Sakmas, werd de raja van Wain.
Beide Raja's waren samen met de Raja van Dullah de basis van
de Ursiw.
De Ursiw kreeg deze naam, omdat een karbouw in negen delen
werd verdeeld, namelijk:
1. Raja Danar (het hoofd);
2. Halaai(=Kapitan) Ngursoin (de ogen);
3. Halaai Elar (de tanden);
4. Halaai Mastur (de horens);
5. Raja Wain (schouder en hart);
6. Halaai Ohoinol (de buik);
7. Halaai Uf (de rechterbeen);
8. Halaai Marvun (de staart);
9. Raja Dullah (de huid).
Elk verkregen deel symboliseert de functie binnen het
verbond. Behalve Dullah, welke op Nuhu Dullah ligt, liggen
de andere plaatsen op Nuhu Roa. Later zijn op Nuhu Yut 2
raja's aangesteld, namelijk de raja van Watlaar en de Raja
van Yamtel, die als machtsgebied het noordelijk deel van het
eiland hadden. Het teken van hun verbond was het rode bloed,
"larwul", van de "seruk afferak", een parang die door Tabtut
werd meegenomen van een bezoek aan het land van zijn vader,
Bali.
1.3.1.2. Het ontstaan van de
Lorlim
De Lorlim is ontstaan op Nuhu
Yut. Na het bezoek van Tabtut aan Bali raakten zijn vloot in
een storm verzeild. Een deel, onder leiding van Teleleuw,
strandde op de kust van Ohoilim, bij de oostkust van Nuhu
Yut. Hij had lansen meegenomen uit Bali. De lansen werden,
terwijl hij op het strand uitrustte en sliep, gestolen. De
lansen werden het symbool van de Lorlim onder de naam "Ngabal"
(Nganga Bali= lans uit Bali).
Onder de Lorlim ('Lor'= potvis; 'lim'= vijf) werd bij wijze
van verbond een potvis, welke aangespoeld was, verdeeld:
1. Raja Fer (het hoofd);
2. Halaai Langgiar (de tanden);
3. Halaai Tutrean (de zijvinnen);
4. Raja Nirun (de buik);
5. Halaai Uwat (de staart)
De Lorlim wordt voorgesteld als de Naga, een mythologische
draak. Later werden door de Lorlim raja's op Nuhu Roa
aangesteld, namelijk in Rumaat, Ibra en Tetoat.
1.3.1.3. De Lor Lebai.
Naast de twee genoemde
groepen waren er een aantal dorpen die zich bij geen van
beiden aansloten, zoals Tual en Werka. Zij werden de Lor
Lebai genoemd. De meesten van de Lorlebai sloten zich later
wel bij een van beide groepen aan, mede gezien de heftigheid
van de strijd en de macht van de beide groepen, die de
positie van Lor Lebai er niet veiliger op maakte.
1.3.2. De oorlogen.
De functie van de genoemde
verbondschappen was de versterking van de posities. Er werd
een soort wet opgesteld, de Larwul Ngabal, waaraan beide
groepen naar dienden te gedragen. Bij overtreding werd als
zodanig, bijvoorbeeld bij grensgeschillen, beledigingen en
dergelijke, de hulp van de bondgenoten ingeroepen.
Op Kei hebben volgens de oude liederen 10 oorlogen (Fuun
Lorlim-Ursiw) plaatsgevonden. Deze hebben zich in de 17-de
eeuw afgespeeld. Dit valt enigszins op te maken uit het
feit, dat Banda Eli een vooraanstaande halaai was van de
Ursiw. De Bandanezen vestigden zich aan het begin van 1600
op Kei. Bovendien rapporteerden handelsschepen van de VOC
over oorlogen op Kei in de 17-de eeuw. De oorlogen vonden
over geheel Kei plaats en hebben een grote invloed
uitgeoefend op de samenleving, in het bijzonder de
verbondschappen.
1.4. Verbondschappen.
Behalve het verbond van de
Lorlim-Ursiw kent men nog een aantal andere verbondschappen.
Als eerste noem ik de Teabel. Men kent dit op de
Midden-molukken als de 'pela darah'. Dit is de enige pela
soort die men op Kei kent. De regels van het huwelijksverbod
is hier van toepassing. Men ziet bij de Teabel, dat het in
alle gevallen een pelaschap tussen een dorp of district van
de Ursiw met een dorp of district van de Lorlim.
Ten tweede noem ik de Koi-Maduan. Dit is een verbond tussen
een matahrumah en een heel dorp. Deze relatie kent 2
soorten. Beiden geven een schuldrelatie aan van de Koi
jegens de Maduan.
Ten derde noem ik de Yan Ur-Mang Ohoi. Dit is een
huwelijksband tussen dorpen, waarbij de Yan ur als
bruidnemer geldt en de Mang Ohoi als bruidgever.
Een vierde is de Belan Teran-Belan Yanan. Deze verhouding
heeft zijn oorsprong in de Lorlim-Ursiw oorlogen, waarbij
belans (vgl. Kora-kora) in paren ten strijde trokken. Dit is
een soort vriendschaps- of wapenbroeders-verhouding.
Zo zijn er nog een aantal verhoudingen, die niet zo relevant
zijn om te noemen. Echter is het wel interessant te weten,
dat de meeste Keiezen in Nederland de bovengenoemde termen
niet als zodanig gebruikt. Men bezigt meer de Midden Molukse
term 'pela' voor alle verhoudingen. Uit gemakzucht wellicht.
1.5. Eind 19-de eeuw
Het katholieke geloof doet
zijn intrede in 1889. De Kei-eilanden komen in een
versnelling van ontwikkelingen. Een Duitser (Langen) opent
een houtfabriek in Langgur. De Katholieken openen een
Missiepost in dezelfde kampong. De goede zorg van de paters
en de bestrijding van een cholera-epidemie had als gevolg,
dat velen op Nuhu Roa Katholiek werden. een aantal jaren
later kwamen de protestantse dominees vanuit de opleidingen
op de Midden Molukken. Beiden konden slechts de 'heidense'
dorpen bekeren. Bij de Islamitische dorpen, die al een
geschiedenis hadden van enkele eeuwen, kregen ze geen
respons. De bekering ging veelal dorpsgewijs. De
belangrijkste clan-hoofd werd overtuigd en de rest volgde
vanzelf.
Met de komst van het geloof begon de scholing, hoewel
beperkt tot de lagere school. De Katholieke hadden ook een
lagere technische School, welke mogelijk een
vervolgopleiding kon vormen. Pas in de dertiger jaren kon
men in de meeste dorpen tot de derde klas lagere school
onderwijs volgen. Daarna moest men naar Elat of Tual voor
een vervolg. Keiese ouders lieten niet zo graag hun zonen
het huis uit gaan, vandaar dat velen het bij de derde klas
lieten. Anderen zagen de school als een mogelijkheid om het
dorpsleven te ontspringen. Vooral toen het KNIL in het eind
van de jaren dertig soldaten ging werven op Kei (Immers door
de oorlogsdreiging in Europa moest men meer gebruik maken
van Indische soldaten), hebben velen, om verschillende
redenen, de kans aangegrepen om als militair dienst te gaan
doen.
Waar de rekruten niet op gerekend had was de tweede
wereld-oorlog, die voor velen roet in het eten gooide, Men
had tijdelijke contracten getekend en hoopte na een bepaalde
tijd dienst weer naar hun dorpen terug te keren. De oorlog
en, in het bijzonder, de "politionele acties" gaven een
totaal andere wending aan de plannen van velen.
2. Tot slot
Ook in Nederland blijven de
Keiezen hun cultuur behouden. Ik heb het idee, dat we dat
enerzijds doen om de bijzonderheid van onze groep aan te
geven ten opzichte van de Midden Molukse groep. Anderzijds
kunnen we ons niet zo makkelijk losmaken van de structuur
van de cultuur, waarin we verweven zitten.
Als laatste opmerking wil ik toch nog benadrukken, dat het
bovenstaande slechts een fractie is van de Keiese
samenleving en daarom ook onvoldoende is om de Keiezen, als
buitenstaander, te kennen. Echter geeft het wel een indruk.
Auteur: Dj. Rahantoeknam
Meer over Kei (Bron
Malra.org)
|
Desa KEI KECIL |
| TANIMBAR KEY |
| UR PULAU |
| WARBAL |
| MADWEAR |
| OHOIDERTUTU |
| OHOISEB |
| DANAR |
| LUMEFAR |
| NGURSOIN |
| ELAAR LAMAGORONG |
| ELAAR LET |
| MASTUR |
| OHOINOL |
| WARWUT |
| SOMLAIN |
| OHOIREN |
| OHOIRA |
| WAB |
| EVU |
| WAIN |
| ABEAN |
| RAT |
| RUMAT |
| REVAV |
| NGABUB |
| IBRA |
| LETVUAN |
| TETOAT |
| DIAN |
| Ngurwul |
| SATHEAN |
| RUMADIAN |
| DEBUT |
| NAMAR |
| NGAYUB / OHOILUK |
| FAAN |
| LANGGUR |
| KEL. OHOIJANG WATDEK |
| KOLSER |
| KELANIT |
| NGILNGOF |
| OHOILILIR |
| 0HOIDERTAWUN |
| LETMAN |
| TAAR |
| KELURAHAN KETSOBLAK |
| TUAL |
| KELURAHAN MASRUM |
| KELURAHAN LODAR EL |
| OHOITEL |
| 0HOITAHIT |
| FIDITAN |
| NGADI |
| DULLAH |
| LEBETAWI |
| TAMEDAN |
| DULLAH LAUT |
| TAYANDO LANGGIAR |
| TAYANDO OHOIEL |
| TAYANDO YAMRU |
| TAYANDO YAMTEL |
| TAM-NGURHIR |
| MANGUR NIELA |
| TIFLEN |
| HIRIT |
| RUMOIN |
| YAPAS |
| WARKAR |
| KANARA |
| TUBYAL |
| VINUALEN |
| LOKWIRIN |
| KAIMEAR |
|
|
Desa KEI BESAR |
| WEDUAR FER |
| LANGGIAR FER |
| FEER |
| KILWAT |
| NGAFAN |
| SUNGAI |
| TAMNGIL NUHUYANAT |
| SATHER |
| TUTREAN |
| WEDUAR |
| TAMNGIL NUHUTEN |
| LARAT |
| NERONG |
| OHOIRENAN |
| OHOIWAIT |
| OHOIEL |
| WERKA |
| LER OHOILIM |
| RAHARENG |
| WAUR |
| NGEFUIT |
| WAUR TAHAIT |
| YAMTEL |
| OHOINANGAN |
| ELAT |
| DEPUR |
| OHOILIM |
| FAKO |
| REYAMRU |
| ELRALANG |
| WEER OHOINAM |
| KILWAIR |
| HOLLAT |
| FAA |
| UWAT |
| OHOIFAU |
| WATLAAR |
| MUN OHOITADIUM |
| BANDA ELY |
| RENFAAN |
| AD WEARAUR |
| LANGGIAR HAAR |
| HAAR OHOIMEL |
| OHOIRAUT |
 |
|