Home | Kranten | Berichten lezen/schrijven | Forum | LaguLagu | Stamboom | Knil Opa | Nieuws | Ons Archief | Contact
Wansaoeboen Labetubun.......
Een man met vele namen, de naam waar hij trots op was zal ik blijven gebruiken als ik het over mijn vader heb. Deze naam is "OPA" Opa is geboren op Sether Elat Kei besar (nuhu yuut) Indonesia zijn naam was Willem Labetubun, lees binnenkort over de vele namen van opa.


 
Wansaoeboen Stamboom.
Opa heeft een stamboom laten maken over zijn familie, lees binnenkort over deze stamboom die ik heb vergroot naar het familie deel in Nederland.

Actie Apra.
Opa was een Commando (groene baret) tijdens zijn dienstijd bij de KNIL. Lees hier over zijn deelname aan actie APRA en de foto's die gemaakt door een vriend van opa, de inmiddels ook overleden A.Nussy. Het zijn foto's gemaakt tijdens Actie APRA (sommige zijn schokkend).


 

Wansaoeboen Documenten.
Opa's official documents:
Paspoort uitgegeven door Westerling zelf
Burger pas "Statenloos"
Certificaat "erelid speciale troepen" (korps commando troepen)


 

Over de Kei Eilanden.
De Kei-eilanden (ook wel Kai-eilanden) zijn een eilandengroep in de zuidoostelijke Molukken, Indonesië met een totale oppervlakte van 1438 vierkante km. De belangrijkste eilanden in de groep zijn Kai Besar en Kai Ketjil. Het hoogste punt is 900 m en ligt op Kai Besar.


 
De Kei-eilanden (ook wel Kai-eilanden) zijn een eilandengroep in de zuidoostelijke Molukken, Indonesië met een totale oppervlakte van 1438 vierkante km. De belangrijkste eilanden in de groep zijn Kai Besar en Kai Ketjil. Het hoogste punt is 900 m en ligt op Kai Besar.

Kai Ketjil (Kei Kecil, Klein of Laag Kei; in de lokale taal Ewavs: Nuhu Roa) is een eiland in de Kei-eilanden in de Molukken, Indonesië. De eilandjes om dit eiland zijn ontstaan door koraalvorming. Vergeleken met Kai Besar is dit eiland erg vlak, behalve bij de dorpen Namar (Kelmanutgebergte) en Masbait (Gelanitgebergte), die zich aanmerkelijk boven hun omgeving verheffen. In vroegere tijden werd Kei Kecil verdeeld in drie distrikten: Dullah, Tual en Danar. Op dit eiland zetelt de hoofdstad van de Kei-eilanden: Tual. Het dorp Langgur wordt beschouwd al een tweede belangrijke 'stad'.

Volgens oude bronnen hebben de Portugezen de naam Kei aan deze archipel gegeven, vanwege haar steenachtige bodem (kayos betekent steen, rots, klip of rif). De oorspronkelijke bewoners spreken zelf van 'ewav', hetgeen 'hout' (e of ai) en 'varken' (wav) land betekent.

In Nederland woont een honderdtal gezinnen die afkomstig zijn van Kei Kecil; die zijn overwegend katholiek.

Kai Besar (ook wel Kei Besar, Groot Kei; in de lokale taal Ewavs: Nuhu Yut) maakt deel uit van de Kei-eilanden in de Molukken, Indonesië. Die bestaat in principe uit vier groepen:

  1. Kei Besar (Groot Kei, wordt ook wel Hoog Kei genoemd)
  2. Kei Kecil (Klein Kei, wordt ook wel Laag Kei genoemd)
  3. de Tayando groep
  4. de Kur groep

Op het noord- en zuidpunt van Kei Besar treft men een strook van koraalvorming, volkomen gelijk aan die van Kei Kecil. Dit eiland bestaat uit zwaar bergterrein en vormt één bergketen. De voornaamste toppen verheffen zich tot een hoogte van bijna 900 meter. Volgens oude bronnen bestond Kei Besar uit 7 districten: Waaijer, Elat, Nirun, Fer, Jamtil, Eli en Watlaar.

Nederland telt een honderdtal gezinnen die afkomstig zijn van Kei Besar; men is daar overwegend protestant.


Kei - Geschiedenis: De Kei-eilanden

1. Inleiding

De Kei-eilanden (of Kai-eilanden), kennen de Keiezen beter onder de naam Ewav en bestaan uit Nuhu Yut (Groot-Kei), Nuhu Roa (Klein-Kei), Nuhu Dullah, de Toyando- en de Kur-eilanden. De Keiezen zijn katholiek, protestant en islamitisch.

1.1 De geschiedenis tot ongeveer 1500 n. Chr.

Over de vroege geschiedenis van Kei is vrij weinig bekend. In ieder geval moeten de Kei-eilanden een al in het begin van de jaartelling voor het eerst bewoond zijn. Vanaf de jaartelling hebben voortdurend bezocht en bewoond zijn door volkeren uit het westelijk en noordelijk gebied van de Indische archipel, die uit die gebieden weggingen in op de vlucht voor de opkomende nieuwe kolonisten of op zoek naar nieuwe woongebieden. Geurtjens (MSC), een missionaris van het Heilig Hart, heeft een aantal verhalen (hij noemt ze 'legenden') opgetekend in het begin van deze eeuw, die verwijzen naar de vroege geschiedenis en de ontstaansmythologien van de Kei-eilanden. Van een geschreven geschiedenis uit het verleden is verder amper sprake.

In de periode van de grote heerser van het Majapahit-rijk, Hayam Wuruk, en zijn veroveraar Gajah Mada, wordt in geschriften uit die periode, in de expansie-tochten naar de oostelijke eilanden van zijn Rijk, het eiland Muar genoemd, waar hoogstwaarschijnlijk de Kei-eilanden, in het bijzonder de Toyando-eilanden, bedoeld worden.

1.2. Vanaf ongeveer 1500

Rondom dit jaartal moet de laatste migratiegolf van Keiezen hebben plaatsgevonden. De Keiezen spreken van 5 groepen, namelijk:
1. De Bali-Lombokgroep;
2. de Luang Leti-Luang Mobes groep;
3. De Banda-Goronggroep;
4. De Ternate-Tidoregroep;
5. De Bugis-Makassargroep.


De opkomst van het islam (omstreeks eind 1300) vanuit Sumatera naar Java betekende de ondergang van het hindoe-rijk Majapahit. Men verschanste zich in het laatste bolwerk Bali (wat overigens tot op heden hindoeïstische is gebleven). Echter de spanningen en oorlogen met de islam-rijken waren dusdanig dreigend, dat velen vluchtten naar het oostelijk gedeelte van de eilanden-rijk.

 

1.2.1. De Bali-Lombokgroep.

Ter illustratie:
"Het verhaal gaat, dat Kasdew (= Kasta Dewa, de hoogste kaste) uit Bali zich met zijn gevolg vestigde op de Kei-eilanden. Het schip strandde op Nuhu Roa. Zijn boot boorde een inham in het land wat nu nog Sorbait (vgl. Soerabaya) heet. Hij stichtte daar een dorp OhoiVur [Ohoi=dorp & 'Vur' komt mogelijk van de naam waaronder Kasdew ook wel gekend wordt, namelijk Halaai Yam Vur (Hayam Wuruk?)]. Kei was "in een chaos" en Kasdew bracht er de 'adat'."

(Uit: "Ngilngof, masa ke masa" van Resubun (MSC))

N.B. Met de 'adat' werd de regelgeving voor de sociale omgang bedoeld.

1.2.2. Luang Leti & Luang Mobes

Ter illustratie:
"Leti is een klein eilandje vlak bij Timor. De migranten uit Luang Leti vertellen dat de voorouders een droom hadden, dat een grote vis (De nieuwe kolonisator Portugal?) het eiland zou opeten. Omdat men in het recente verleden reeds de vlucht uit het westelijke gedeelte kende door de opkomst van het islam, was het logisch weer de vluchtroute te vervolgen. Via de TNS (=Teun, Nila en Serua) kreeg men te horen dat een grote macht in het noorden opkwam. Men ging toen naar de oostelijke richting naar Tanimbar, Aru en Kei."

N.B. Mobes is de streek Maubessi op Timor, het voormalig woongebied van de Luang Mobes groep.

1.2.3. De Banda-Goronggroep

De Bandanezen vluchtten voor de volkerenmoord van Jan Pieterszoon Coen in 1620. Zij vestigden zich in Tual, op Nuhu Dullah, Elat, eigenlijk Wadan Elat (= Banda Elat) en Eli (= Wadan Il, oftewel Banda Eli=Nieuw Banda). Elat en Eli liggen op Nuhu Yut. De bewoners van Banda Eli hebben uit Banda een gegoten klok meegenomen en deze geschonken aan de Raja van Watlaar, die hen als dank het woongebied Eli gaf. De Bandanezen hebben tot heden hun eigen taal behouden. De Gorongers vluchtten voor de dreigende koloniale macht vanuit de Ambon-Lease eilanden.

Interessant is dit voor de interpretatie van de adik-kakak verhouding tussen de Keiezen en de Ceramezen, waarover de Keiezen een aantal interpretaties hebben.

Interpretatie 1:
Cerammezen interpreteren vanuit het Nunusaku verhaal, dat er een scheiding van broers was, waarbij een jongere broer naar Kei vertrok. In de Keiese variant speelt een oude vrouw nog een rol.

Interpretatie 2:
Berust op het verhaal van de mensen van Wair in het noorden van Nuhu Yut. De bewoners van Wair verlieten hun dorp, waarbij een deel zich verspreidde over Kei en een deel, via Rozengain (Banda), richting Ceram ging. Men vestigde zich op Ceram, onder andere RumahKei. Volgens de Keiese gedachte is degene die zich het eerst ergens vestigt de 'kakak'. Met andere woorden zijn de Keiezen in dit verhaal de 'kakak' en de Cerammezen de 'adik'.

Interpretatie 3: Dit berust op de Gorong-connectie. De Raja Amar, op Gorong, had zijn machtsgebied over geheel Oost-Ceram. In die verhouding hebben de Keiezen de 'kakak'-rang. Maar hierbij is de adik-kakak verhouding slechts van toepassing op Oost-Ceram.

Hoewel de verhouding over het algemeen volgens de eerste interpretatie wordt nageleefd, blijft de juiste verhouding enigszins in het midden.

Twee dingen wil ik wel aanstippen over deze verhouding. Allereerst is op te merken, dat de molukse eilanden niet allen een geografisch-/politieke binding hebben, maar ook een binding die ver voor de RMS er al was. Ten tweede was de kumpulan 'Tiga SerangKei', welke in Schattenberg ontstond op deze verhouding gebaseerd.

De basis vormde de Ceram/Kei-groep. De groep was binnen het RMS-gebeuren een buitenbeen. Ze werden beiden vaak aangemerkt als de 'orang gunung'. Vanuit de adik-kakak relatie vormde men een soort dubbele verbondenheid. De groep werd groter, aangezien men alle Tenggara/Terselatan mensen zag als Keiezen. Zodoende werd Kei, c.q. Keiezen synoniem voor Tenggara/Terselatan. De mensen van Suli-Waai sloten zich aan bij deze kumpulan vanwege hun pela-schap met kustplaatsen van West-Ceram. De 'Tiga SerangKei' werd aldus gevormd door: Suli-Waai, Ceram en Tenggara/Terselatan. Ook nu nog ziet men sporen van de 'Tiga SerangKei' terug in Assen.

 

1.2.4. De Ternate-Tidoregroep

Deze groep kwam, logisch misschien, vóór de Banda-Goronggroep.

1.2.5. De Bugis-Makassargroep

Deze groep zijn zich middels hun ondernemende handelsgedrag op Kei terecht gekomen.

1.3. De LORLIM/URSIW.

Een belangrijke plaats in de geschiedenis van Kei zijn de oorlogen van de Lorlim en de Ursiw geweest. Ik zal proberen een korte schets te geven van die periode. Echter realiseert u zich wel, dat er verschillende versies zijn, omdat ze opgetekend zijn uit mondelinge overdrachten en zodoende gevoelig zijn voor interpretaties van de informanten. Ook dient opgemerkt te worden dat dit verbond zijn ontstaan niet vindt in de Nunusaku. Het wordt nogal eens verward met de Patasiwa-Patalima. De enige overeenkomst zijn de getallen 5 en 9.

1.3.1.1. Het ontstaan van de Ursiw.

De Ursiw ( 'Ur' = karbouw; 'siw' = negen) is ontstaan op Nuhu Roa. Tabtut, de zoon van Kasdew, verspreidde de 'adat' over Nuhu Roa. Een van zijn dochters trouwde met Arnuhu, die Raja van Danar, Nuhuroa, werd. Een andere dochter van Tabtut, Dit Sakmas, werd de raja van Wain. Beide Raja's waren samen met de Raja van Dullah de basis van de Ursiw.

De Ursiw kreeg deze naam, omdat een karbouw in negen delen werd verdeeld, namelijk:
1. Raja Danar (het hoofd);
2. Halaai(=Kapitan) Ngursoin (de ogen);
3. Halaai Elar (de tanden);
4. Halaai Mastur (de horens);
5. Raja Wain (schouder en hart);
6. Halaai Ohoinol (de buik);
7. Halaai Uf (de rechterbeen);
8. Halaai Marvun (de staart);
9. Raja Dullah (de huid).


Elk verkregen deel symboliseert de functie binnen het verbond. Behalve Dullah, welke op Nuhu Dullah ligt, liggen de andere plaatsen op Nuhu Roa. Later zijn op Nuhu Yut 2 raja's aangesteld, namelijk de raja van Watlaar en de Raja van Yamtel, die als machtsgebied het noordelijk deel van het eiland hadden. Het teken van hun verbond was het rode bloed, "larwul", van de "seruk afferak", een parang die door Tabtut werd meegenomen van een bezoek aan het land van zijn vader, Bali.

1.3.1.2. Het ontstaan van de Lorlim

De Lorlim is ontstaan op Nuhu Yut. Na het bezoek van Tabtut aan Bali raakten zijn vloot in een storm verzeild. Een deel, onder leiding van Teleleuw, strandde op de kust van Ohoilim, bij de oostkust van Nuhu Yut. Hij had lansen meegenomen uit Bali. De lansen werden, terwijl hij op het strand uitrustte en sliep, gestolen. De lansen werden het symbool van de Lorlim onder de naam "Ngabal" (Nganga Bali= lans uit Bali).

Onder de Lorlim ('Lor'= potvis; 'lim'= vijf) werd bij wijze van verbond een potvis, welke aangespoeld was, verdeeld:
1. Raja Fer (het hoofd);
2. Halaai Langgiar (de tanden);
3. Halaai Tutrean (de zijvinnen);
4. Raja Nirun (de buik);
5. Halaai Uwat (de staart)


De Lorlim wordt voorgesteld als de Naga, een mythologische draak. Later werden door de Lorlim raja's op Nuhu Roa aangesteld, namelijk in Rumaat, Ibra en Tetoat.

 

1.3.1.3. De Lor Lebai.

Naast de twee genoemde groepen waren er een aantal dorpen die zich bij geen van beiden aansloten, zoals Tual en Werka. Zij werden de Lor Lebai genoemd. De meesten van de Lorlebai sloten zich later wel bij een van beide groepen aan, mede gezien de heftigheid van de strijd en de macht van de beide groepen, die de positie van Lor Lebai er niet veiliger op maakte.

1.3.2. De oorlogen.

De functie van de genoemde verbondschappen was de versterking van de posities. Er werd een soort wet opgesteld, de Larwul Ngabal, waaraan beide groepen naar dienden te gedragen. Bij overtreding werd als zodanig, bijvoorbeeld bij grensgeschillen, beledigingen en dergelijke, de hulp van de bondgenoten ingeroepen.

Op Kei hebben volgens de oude liederen 10 oorlogen (Fuun Lorlim-Ursiw) plaatsgevonden. Deze hebben zich in de 17-de eeuw afgespeeld. Dit valt enigszins op te maken uit het feit, dat Banda Eli een vooraanstaande halaai was van de Ursiw. De Bandanezen vestigden zich aan het begin van 1600 op Kei. Bovendien rapporteerden handelsschepen van de VOC over oorlogen op Kei in de 17-de eeuw. De oorlogen vonden over geheel Kei plaats en hebben een grote invloed uitgeoefend op de samenleving, in het bijzonder de verbondschappen.

1.4. Verbondschappen.

Behalve het verbond van de Lorlim-Ursiw kent men nog een aantal andere verbondschappen. Als eerste noem ik de Teabel. Men kent dit op de Midden-molukken als de 'pela darah'. Dit is de enige pela soort die men op Kei kent. De regels van het huwelijksverbod is hier van toepassing. Men ziet bij de Teabel, dat het in alle gevallen een pelaschap tussen een dorp of district van de Ursiw met een dorp of district van de Lorlim.

Ten tweede noem ik de Koi-Maduan. Dit is een verbond tussen een matahrumah en een heel dorp. Deze relatie kent 2 soorten. Beiden geven een schuldrelatie aan van de Koi jegens de Maduan.

Ten derde noem ik de Yan Ur-Mang Ohoi. Dit is een huwelijksband tussen dorpen, waarbij de Yan ur als bruidnemer geldt en de Mang Ohoi als bruidgever.

Een vierde is de Belan Teran-Belan Yanan. Deze verhouding heeft zijn oorsprong in de Lorlim-Ursiw oorlogen, waarbij belans (vgl. Kora-kora) in paren ten strijde trokken. Dit is een soort vriendschaps- of wapenbroeders-verhouding.

Zo zijn er nog een aantal verhoudingen, die niet zo relevant zijn om te noemen. Echter is het wel interessant te weten, dat de meeste Keiezen in Nederland de bovengenoemde termen niet als zodanig gebruikt. Men bezigt meer de Midden Molukse term 'pela' voor alle verhoudingen. Uit gemakzucht wellicht.

1.5. Eind 19-de eeuw

Het katholieke geloof doet zijn intrede in 1889. De Kei-eilanden komen in een versnelling van ontwikkelingen. Een Duitser (Langen) opent een houtfabriek in Langgur. De Katholieken openen een Missiepost in dezelfde kampong. De goede zorg van de paters en de bestrijding van een cholera-epidemie had als gevolg, dat velen op Nuhu Roa Katholiek werden. een aantal jaren later kwamen de protestantse dominees vanuit de opleidingen op de Midden Molukken. Beiden konden slechts de 'heidense' dorpen bekeren. Bij de Islamitische dorpen, die al een geschiedenis hadden van enkele eeuwen, kregen ze geen respons. De bekering ging veelal dorpsgewijs. De belangrijkste clan-hoofd werd overtuigd en de rest volgde vanzelf.

Met de komst van het geloof begon de scholing, hoewel beperkt tot de lagere school. De Katholieke hadden ook een lagere technische School, welke mogelijk een vervolgopleiding kon vormen. Pas in de dertiger jaren kon men in de meeste dorpen tot de derde klas lagere school onderwijs volgen. Daarna moest men naar Elat of Tual voor een vervolg. Keiese ouders lieten niet zo graag hun zonen het huis uit gaan, vandaar dat velen het bij de derde klas lieten. Anderen zagen de school als een mogelijkheid om het dorpsleven te ontspringen. Vooral toen het KNIL in het eind van de jaren dertig soldaten ging werven op Kei (Immers door de oorlogsdreiging in Europa moest men meer gebruik maken van Indische soldaten), hebben velen, om verschillende redenen, de kans aangegrepen om als militair dienst te gaan doen.

Waar de rekruten niet op gerekend had was de tweede wereld-oorlog, die voor velen roet in het eten gooide, Men had tijdelijke contracten getekend en hoopte na een bepaalde tijd dienst weer naar hun dorpen terug te keren. De oorlog en, in het bijzonder, de "politionele acties" gaven een totaal andere wending aan de plannen van velen.

2. Tot slot

Ook in Nederland blijven de Keiezen hun cultuur behouden. Ik heb het idee, dat we dat enerzijds doen om de bijzonderheid van onze groep aan te geven ten opzichte van de Midden Molukse groep. Anderzijds kunnen we ons niet zo makkelijk losmaken van de structuur van de cultuur, waarin we verweven zitten.

Als laatste opmerking wil ik toch nog benadrukken, dat het bovenstaande slechts een fractie is van de Keiese samenleving en daarom ook onvoldoende is om de Keiezen, als buitenstaander, te kennen. Echter geeft het wel een indruk.

Auteur: Dj. Rahantoeknam

Meer over Kei (Bron Malra.org)

Desa KEI KECIL
 TANIMBAR KEY 
 UR PULAU 
 WARBAL 
 MADWEAR 
 OHOIDERTUTU 
 OHOISEB 
 DANAR 
 LUMEFAR 
 NGURSOIN 
 ELAAR LAMAGORONG 
 ELAAR LET 
 MASTUR 
 OHOINOL 
 WARWUT 
 SOMLAIN 
 OHOIREN 
 OHOIRA 
 WAB 
 EVU 
 WAIN 
 ABEAN 
 RAT 
 RUMAT 
 REVAV 
 NGABUB 
 IBRA 
 LETVUAN 
 TETOAT 
 DIAN 
 Ngurwul
 SATHEAN 
 RUMADIAN 
 DEBUT 
 NAMAR 
 NGAYUB / OHOILUK 
 FAAN 
 LANGGUR 
 KEL. OHOIJANG WATDEK 
 KOLSER 
 KELANIT 
 NGILNGOF 
 OHOILILIR 
 0HOIDERTAWUN 
 LETMAN 
 TAAR 
 KELURAHAN KETSOBLAK 
 TUAL 
 KELURAHAN MASRUM 
 KELURAHAN LODAR EL 
 OHOITEL 
 0HOITAHIT 
 FIDITAN 
 NGADI 
 DULLAH 
 LEBETAWI 
 TAMEDAN 
 DULLAH LAUT 
 TAYANDO LANGGIAR 
 TAYANDO OHOIEL 
 TAYANDO YAMRU 
 TAYANDO YAMTEL 
 TAM-NGURHIR 
 MANGUR NIELA 
 TIFLEN 
 HIRIT 
 RUMOIN 
 YAPAS 
 WARKAR 
 KANARA 
 TUBYAL 
 VINUALEN 
 LOKWIRIN 
 KAIMEAR 

 

Desa KEI BESAR
 WEDUAR FER 
 LANGGIAR FER 
 FEER 
 KILWAT 
 NGAFAN 
 SUNGAI 
 TAMNGIL NUHUYANAT 
 SATHER 
 TUTREAN 
 WEDUAR 
 TAMNGIL NUHUTEN 
 LARAT 
 NERONG 
 OHOIRENAN 
 OHOIWAIT 
 OHOIEL 
 WERKA 
 LER OHOILIM 
 RAHARENG 
 WAUR 
 NGEFUIT 
 WAUR TAHAIT 
 YAMTEL 
 OHOINANGAN 
 ELAT 
 DEPUR 
 OHOILIM 
 FAKO 
 REYAMRU 
 ELRALANG 
 WEER OHOINAM 
 KILWAIR 
 HOLLAT 
 FAA 
 UWAT 
 OHOIFAU 
 WATLAAR 
 MUN OHOITADIUM 
 BANDA ELY 
 RENFAAN 
 AD WEARAUR 
 LANGGIAR HAAR 
 HAAR OHOIMEL 
 OHOIRAUT 
 
Copyright 2005, Little Planet