Opa diende
(met groot ongenoegen) onder
Kapitein Westerling
Opa vond hem een
wrede man, een man die geen respect voor het leven had, een
man die beloftes niet na kwam. Een man die gevangen dagen
lang liet lopen zonder ze te eten te geven. En hen beloofde
dat ze werden vrij gelaten als ze een paar dagen geholpen
hadden. Echter nadat ze te moe waren om nog te lopen werden
ze gedood.
Opa is in die tijd
door
Kapitein Westerling
gedegradeerd en disciplinair gestraft omdat Opa weigerde
gevangen te executeren, het waren immers landgenoten die
niets gedaan hadden. Opa was gelukkig niet de enige die
dit bevel weigerde, helaas was er wel altijd wel iemand die
het wel deed. Opa heeft dit met lede ogen moeten aanzien.
Meer Westerling:
Het Boek
"Westerlings
Oorlog"
Klik hier voor een pasage uit het boek
Meer informatie over "de Turk"
Worldpress
westerlinkonline
Westerling en
Eiland Onrust
DE SPIEGEL van 29 april 1950
Westerling heeft maling aan Nederland
Kapitein Westerling
was tot commando opgeleid door het Engelse leger. Hij
maakte in 1944 deel uit van de persoonlijke staf van
Prins Bernhard. Wordt 11 september met parachute
gedropt boven Medan voor de evacuatie van Nederlanders
uit krijgsgevangenkampen. Zet daarna een inlichtingen-netwerk op voor het Engelse leger dat in Sumatra is geland.

Op 5 december 1946 komt het Korps Speciale Troepen aan
op Sulawesi. Westerling heeft daarvan het commando .
De toestand voor de teruggekeerde Nederlandse
koloniale politiek is op Sulawesi erg slecht. De
Japanners hebben hun wapens overgedragen aan de Republiekijnen. De Speciale Troepen beginnen
inlichtingen te verzamelen over de tegenstanders, Indonesiese nationalisten. Westerling wordt begeleidt
door de Militaire Inlichtingen Dienst.
Westerling krijgt de bevoegdheid om te doden naar
willekeur. Westerling wordt gedekt door de officier
van Justitie. De Speciale Troepen moeten met een
geheime operatie van grootschalige terreur het
Nederlands koloniaal gezag herstellen. Er komen vele
duizenden mensen om het leven, volgens Indonesiërs
rond de veertigduizend.
Op 24 december wordt de Staat Oost Indonesia
opgericht, waar Celebes deel van uit maakt. Deze Staat
werkt samen met Nederlandse militairen.
In juli 1947 wordt in Nederland bekend wat voor
bloedbad de Speciale troepen hebben aangericht. De
regering in Nederland laat een onderzoek instellen.
Op 4 maart 1947 wordt Westerling overgeplaatst naar
Jakarta. De Ronde tafel Conferentie tussen het
koloniale Nederland en de Republiek Indonesia van
Sukarno besluit dat de macht, en de wapens, in de hele
kolonie (behalve Nieuw Guinea) worden overgedragen aan
de Republiek van de Verenigde Staten van Indonesia.
Dat is een tussen-oplossing. De Indonesiese
republiekijnen willen iets anders, zij willen een
eenheids- staat, met Sukarno als president. Sukarno
heeft de steun van de o.a. de USA, Engeland en de
Verenigde Naties.
De Nederlandse kolonialen willen toch proberen om de
federale regeringen aan de macht te brengen maar dat
kan niet openlijk.
Eind oktober 1948 neemt Westerling ontslag uit de
militaire dienst. Hij richt zijn eigen leger op, de
APRA. APRA is een afkorting van Angkatan Perang
Ratu Adil, Strijdkrachten van de Vorst van het Recht.
Hij werkt samen met ex-militairen van de KNIL,
overlopers van de Koninklijke Landmacht en het Korps
Speciale Troepen, de Veldpolitie, bedrijfspolitie, de
KRIS (een Menadonese gevechtsgroep uit Sulawesi), en
de Darul Islam, een grote Moslim-organisatie. De
APRA, met Westerling als "Vorst van het Recht" die
de Indonesiërs recht en orde belooft, wil vechten voor
de federale politiek. Westerling zegt daarmee op te
komen voor het recht op zelfbeschikking van de
verschillende volkeren in Indonesie. De Republiek ziet
het echter als een "verdeel en heers"-politiek.
Op 27 december 1949 proclameert de Koningin de
onafhankelijkheid van Indonesia. Op 5 januari 1950
stelt Westerling een ultimatum aan de regering Sukarno.
Op het ultimatum wordt niet gereageerd. In de nacht
van 22 op 23 januari begint de poging tot staatsgreep
van Westerling. De APRA wil een zending wapens,
die door het Nederlandse leger aan het Indonesiese
leger wordt overgedragen, onderscheppen. Vervolgens
wil Westerling de regering Sukarno gevangen nemen.
Maar het Nederlandse leger en het Indonesiese leger
grijpen samen in. Het komplot mislukt. De Nederlandse
marine laat Westerling naar Singapore ontsnappen met
een Catalina vliegboot. Van daaruit vertrekt
Westerling naar Nederland. Raymond Westerling is in
Nederland niet vervolgd voor de oorlogsmisdaden in Zuid-Sulawesi en de poging tot staatsgreep.
Foto' een vriend van
opa de inmiddels ook overleden A.Nussy
Tekst bron W.IJzereef,
1984 De Bataafse Leeuw
Meer
over Kapitein
Westerling
Met een resoluut gebaar tilde Kapitein
Raymond P.P. Westerling ('de Turk') het afgehakte hoofd van
een bendeleider aan de haren uit de prullenbak naast zijn
bureau, om een tegenstribbelende bendeleider te overtuigen
dat hij beter kon meewerken. Een militair, die al langer in
Medan op Sumatra was gelegerd, vertelde het gruwelijk
verhaal alsof het gisteren was gebeurd. Maar Westerling was
op 1 juli 1946 uit Medan vertrokken. Het leek ons, baroes
(nieuwelingen), een sterk en ongelooflijk verhaal. Het
verhaal was de kennismaking met de naam van kapitein
Westerling. Voor zijn vertrek uit Medan had hij de leiding
over het Detachement Speciale Troepen, een commando-eenheid
voortgekomen uit de No 2 Dutch Troop. Na de capitulatie van
Japan was Westerling op 14 september 1945 boven het
vliegveld van Medan gedropt, met de opdracht om een militair
politiekorps te organiseren uit Ambonezen, Menadonezen,
Indische Nederlanders en voormalig krijgsgevangenen. Hij
vormde een net van spionnen uit de Inlandse bevolking en
bestreed in nachtelijk acties op weinig zachtzinnig wijze de
verschillende bendes die verantwoordelijk waren voor moord
en doodslag. Na 13 oktober 1945 stond zijn groep onder
leiding van een Britse brigade die in Medan gearriveerd was.
Hij bleef echter zelfstandige acties uitvoeren op basis van
de informaties van zijn spionnen. Dat eigen oorlogje
waardeerde het Britse leger niet. Hij nam ontslag uit het
Britse leger en kwam in juli 1946 in Batavia (Jakarta) in
dienst bij het KNIL (Koninklijk Nederlands Indisch Leger).
Daar werd hij commandant van het Depot Speciale Troepen,
later Corps Speciale Troepen.
Wij stonden bij aankomst vrij neutraal en welwillend
tegenover de bevolking. Over Indonesië wisten we vrijwel
niets. Door de legerleiding was een boekje uitgereikt met
summiere gegevens over Indonesië en wat Maleise woorden. Wat
we zagen waren, vooral als ze jong waren, mooie, kleine
gekleurde vriendelijke mensen. Soms, voor ons gevoel, ook
wat onderdanig als nasleep van het koloniale tijdperk. Er
deden meer sterke verhalen de ronde. Eén van onze
vliegtuigen, een klein vliegtuigje dat verkenningen boven de
demarcatielijn uitvoerde, was neergestort in het gebied van
de Indonesische tegenstander. De piloot werd gevangen
genomen, tentoongesteld en door de straten van dorpen
gereden. Zijn geslachtsdelen werden afgesneden en hij werd
onthoofd. Ook dat leek ons een sterk verhaal en niet vrij
van propaganda. Toch kregen wij, mede daardoor, het beeld
van een wrede tegenstander. Onder moeilijke omstandigheden
en als je jong bent, ben je gemakkelijk te beïnvloeden.
In begin 1947 kregen we rond Medan te maken met
bestandsschendingen; overschrijdingen van de demarcatielijn
door Indonesische strijdkrachten en/of bendes. Door de
legerleiding werd dat bestreden door ook ons 's avonds op
patrouille te sturen. De eerste keer waren we erg gespannen.
Het gaf een gevoel van veiligheid als militairen van het
KNIL
aan de patrouille deelnamen. Dat waren ervaren en geharde
militairen. We schrokken van hun manier van ondervraging van
een Indonesiër, die ze niet vertrouwden. Omdat hij op hun
vragen niet antwoordde gaven ze hem klappen en zetten hem
tegen een wand en schoten er vlak langs. Veel meer gebeurde
er niet, althans niet wat ik heb gezien.
Tegen kapitein Westerling waren er nog al wat
beschuldigingen van oorlogsmisdaden. Onder zijn leiding werd
het Korps Speciale Troepen op 5 december 1946 naar
Zuid-Celebes (Suluwesi) gestuurd. We hoorden er weinig over.
Kranten hadden we niet. Soms een radio, waarvan de zenders
in handen waren van vooral Nederlanders. Daarin werd niets
onwelgevalligs over de Nederlanders gezegd. Trouwens ook
niet in Nederland, met uitzondering van sommige dagbladen
waaronder het communistische De Waarheid. In
Nederland kwamen berichten over duizenden doden van
gewelddadige zuiveringen in Zuid-Celebes. Westerling werd er
van beticht er een geheel eigen methodiek op na te houden
met standrechtelijke executies en het platbranden van
kampongs. In het omvangrijke 'Het Koninkrijk der
Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog' schrijft
historicus dr. Lou de Jong, dat Westerling persoonlijk velen
heeft doodgeschoten. In enkele gevallen liet hij
kampongbewoners twee aan twee worstelen, waarna de verliezer
werd doodgeschoten. De berichten verbijsterden de toenmalige
Nederlandse autoriteiten. Het Korps Speciale Troepen mocht
daarna niet meer met een blanco volmacht optreden.
Westerling werd voorgesteld als een roverhoofdman te midden
van zijn eigen bende, die alleen naar zijn superieuren
luisterde als het hem uitkwam. Door de militairen, die onder
hem dienden, werd Westerling op handen gedragen. Zij gingen
voor hem door het vuur. Westerling werd in begin 1946
voorgedragen voor de Bronzen Leeuw. Hij heeft hem nooit
gekregen. De vraag was of Westerling
zelfstandig
handelde, of dat hij handelde in opdracht van de
legerleiding en met name van de legercommandant in
Nederlands-Indië, generaal Spoor. Hoewel Spoor goed met
Westerling op kon schieten ontsloeg hij hem in
oktober/november 1948 toch uit het KNIL. In latere
berichtgevingen worden allerlei redenen voor dit ontslag
genoemd. Er zou teveel kritiek uit Nederland komen, die
Spoor niet kon gebruiken. Een andere veronderstelling was,
dat Spoor hem voor een eigen plannetje wilde gebruiken.
Spoor zou met de gedachte van een staatsgreep rondlopen.
Ongetwijfeld zou er door de Nederlandse regering (en
anderen) in dat geval een embargo op wapens worden ingesteld
en zou dat problemen opleveren bij de bevoorrading. Maar
ondenkbaar is niet, dat de overplaatsing van Kapitein
Westerling naar Jakarta op 4 maart 1947 een onderdeel van
dat plan vormde. In oktober/november 1948 nam Westerling bij
het KNIL ontslag, of werd door Spoor gedwongen om ontslag te
nemen en richtte een eigen leger op, de APRA (Angkaton
Perang Ratu Adil, Strijdkrachten van de Vorst van het
Recht). Tevens zette Westerling een transportonderneming op.
Uit de gesprekken tussen Spoor en Westerling is bekend, dat
Spoor wilde dat Westerling wapens op de internationale markt
kocht en de zelfstandige transportonderneming stelde
Westerling daartoe ook instaat. Volgens officiële berichten
is het zeker dat Westerling werd ingeschakeld om in
Singapore wapens te kopen. Met het eigen leger zou
Westerling en Spoor, willen vechten voor een federale
Indonesische staat. De gedachte van Spoor viel in goede
aarde bij de legertop, militairen van het KNIL, het Korps
Speciale Troepen en andere groepen; zelfs de Arul Islam, een
grote Moslimorganisatie, was er voorstander van. Onder de
internationale druk (Nederland was van Amerika afhankelijk
door de hulp via het Marshallplan) leek een staatsgreep een
hersenschim van een verbeten militair. Maar voor de
militairen van het KNIL zou het een oplossing zijn. Het kwam
er niet van: op 25 mei 1949 overleed generaal Spoor
plotseling na een korte ziekte. Vijf dagen daarvoor had hij
een etentje in Priok (bij Jakarta). Zijn naaste medewerkers
zeiden er zeker van te zijn, dat hij vergiftigd was. Spoor
werd opgevolgd door D. C. Buurman van Vreeden, die een veel
minder hard beleid voerde dan Spoor.
Intussen hoorden wij niet veel over Westerling. Over
politiek spraken we weinig. We leefden ons, onder het
bestuurlijk politieke geweld dat over ons heen ging, simpele
alledaagse leven. Stonden op wacht, liepen patrouille en
verdedigden onze buitenpost
als
we werden aangevallen. Onderhielden de brencarriers waarvan
reserveonderdelen schaars waren. Het was, afgezien van de
gevaarlijke gebeurtenissen, geen beklagenswaardig bestaan.
We woonden meestal in een huis van steen met een mandiehok
(badkamer) nooit ver uit de buurt. Als er geen kamar kecil
(toilet) was maakten we een latrine. Je graaft een
rechthoekig gat in de grond, legt er in de lengte planken
over en laat de middelste plank weg. Zet er een wand rond
van atap (soort gevlochten riet), maak een afdak van
roestige golfplaat en je hebt een gezellige plee als er twee
of drie man gelijktijdig gebruik van maken. In Belawan, de
haven van Medan, liep het de spuigaten uit. Daar werd het
bataljon samengetrokken om per schip van de KPM (Koninklijke
Parketvaart Maatschappij) overgeplaatst te worden naar
Padang.
Het
hele Bataljon kreeg buikloop: het werd er te druk. Als de
latrine vol was of teveel ging stinken groeven we een
nieuwe. Vrije tijd brachten we door met brieven schrijven,
hardlopen, schaken, volleybal en badminton, als we een klein
grasveld tot onze beschikking hadden en voetbal, als we een
veld hadden dat groot genoeg was. Lagen we in een plaats met
een voetbalveld, dan maakten we daar gebruik van. Niemand
protesteerde: het had ook niet geholpen. De Indonesiërs in
Perbaoengan kwamen kijken, totdat er een afspraak werd
gemaakt om tegen een Indisch inlands elftal te spelen;
dachten we. Er waren twee afspraken gemaakt, één met een
Chinees en één met een Indisch elftal. Ons inzicht in
politieke en economische verhoudingen tussen Chinezen en
Inlandse mensen was niet groot. Het Chinees elftal
arriveerde het eerst en we besloten tegen de Chinezen te
voetballen. De Indische bevolking was woedend. Ze hebben het
ons nooit vergeven. Het liefst speelden we tegen een
legerelftal van kapiteins, luitenants, sergeants en
korporaals. Je kon eens een duw uitdelen, zonder dat het
meer kostte dan een vrije schop. In Boenoet liep ik een
gescheurde meniscus (voetbalknie) op. Met voetbal was het
afgelopen. Ik probeerde het nog wel eens, maar dat eindigde
steevast met een drukverband om de knie. Waarom ik geen
poging deed om te worden afgekeurd en eerder naar huis te
kunnen, weet ik niet. Misschien om geen watje te lijken, die
zijn maats in de steek laat.
We hoorden pas weer van Westerling in januari 1950 in
Batavia (Jacarta) aan het einde van het Indisch avontuur na
de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949 aan
Indonesië. Kapitein Westerling pleegde in Bandung met een
groep militairen op 23 januari 1950 een staatsgreep tegen de
Republiek van de Verenigde Staten van Indonesia, nadat hij
op 5 januari 1950 een ultimatum aan de regering Sukarno had
gesteld. In de nacht van 22 op 23 januari begon de coup.
Westerling probeerde een zending wapens, die door het
Nederlandse leger aan de Indonesische leger werd
overgedragen te onderscheppen en wilde de regering Sukarno
gevangen nemen. Westerling had de medewerking van oud
KNIL-militairen gekregen door het voor te stellen, dat zijn
eigen leger de APRA (Angkaton Perang Ratu Adil,
Strijdkrachten van de Vorst van het Recht), de hoofdmacht
van de staatsgreep zou vormen en dat de KNILers alleen op
enkele strategische punten zouden worden ingezet. Een aantal
honderden oud KNIL-militairen waren bereid mee te doen,
omdat ze verwachtten dat hun positie binnen een eigen
strijdmacht van de deelstaat West-Java daarmee verzekerd
was. Westerling zei later, dat de bezetting van Bandung een
demonstratie was en het niet de bedoeling was om Bandung
blijvend te bezetten.
Tijdens
de coup lagen we in Batavia in een kazerne in afwachting van
een troepentransportschip dat ons naar Nederland zou
brengen. Voor ons was een kazerne in een grote stad
plezieriger dan een buitenpost in een kampong. Je kon 's
avonds nog eens naar een 'vreetchinees' (soldatenjargon voor
chinees/Indisch restaurant) op Pasar Baroe. We vroegen ons
wel af wat die staatsgreep kon beteken voor onze
repatriëring. Toch hadden we bewondering voor Westerling,
omdat het hem gelukt was om met een betrekkelijk kleine
groep mensen een grote stad als Bandung in te nemen. De
rebellie werd snel onderdrukt. De architect van het plan
(Spoor) was overleden en de uitvoerder (Westerling) bleek
niet bekwaam genoeg. Over de achtergronden hoorden we niets.
Er is te weinig onderzoek gedaan om daar helderheid over te
krijgen. Ongetwijfeld speelden de gevoelens van de inlandse
soldaten over de opheffing van de KNIL en hun onzekere
toekomst mee. Zij verkeerden in het ongewisse wat er met hen
zou gebeuren. De coup mislukte en Westerling ontsnapte met
hulp en medeweten van de militaire legerleiding met een
Catalina vliegboot van de Nederlandse marine naar Singapore.
De KNIL-militairen, die aan de coup deel hadden genomen
werden gearresteerd. Ze zaten hun straf uit in Irian Jaya.
Op 25 januari 1950 werd door Indonesië voor Westerling een
arrestatiebevel uitgevaardigd. Later werd om zijn
uitlevering gevraagd. Jacob van der Gaag, consul-generaal in
1950/1951 in Singapore, zou de uitlevering van Westerling
aan Indonesië hebben voorkomen. Een vreemd verhaal als je
hoort, dat v.d. Gaag in 1951 als tijdelijk zaakgelastigde in
Rangoon in opspraak kwam, omdat hij inlichtingenrapporten
met Indonesiërs had uitgewisseld. De waarheid is niet boven
water gekomen. Zoals in elke oorlog beschikken regering en
legerleiding over dubbele agenda's. Eén met wat ze in het
openbaar kwijt willen en kunnen zeggen en een andere met wat
ze in werkelijkheid doen. De hoofdpersonen zijn inmiddels
erg oud of overleden. Westerling werd in 1954 vrijgesproken,
wegens 'onvoldoende aanwijzing van schuld'. De uitspraak was
gebaseerd op een 'noodrecht' in een guerrillaoorlog ter
bestrijden van de ontstane noodtoestand op Zuid-Celebes in
een ontoegankelijk gebied.
Wij gingen naar huis. 2526 Nederlandse militairen bleven
dood achter: begraven op erevelden in Indonesië. Elke dag
lieten gemiddeld 2 á 3 Nederlandse militairen het leven.
Pas omstreeks 1965 ontmoette ik Westerling voor het
eerst. Hij zat als badmeester op een verhoging in het
Golfslagbad De Branding in Renkum gemeente Rheden, omringt
door een aantal jonge mensen. Westerling voerde het woord en
zijn toehoorders luisterden geïnteresseerd. Het was bekend
dat Westerling door zijn plezierige omgang en zijn humor
gemakkelijk vrienden maakte. Hij had een goede stem en als
hem gevraagd werd om te zingen deed hij dat graag. Het beeld
dat ik zag paste perfect bij dat imago. Ik heb hem niet
gesproken. Westerling stierf in 1987.
Bron Piet Scheele
http://members.chello.nl/pscheele
|